Oostbelgië: grenzeloos land met eindeloos veel gezichten
 Oostbelgië :
een gebied van ongeveer 70 km breed, met zo’n 90.000 inwoners langs de
Duits-Belgische grens. Het strekt zich uit van Kelmis (in de buurt van
het drielandenpunt België-Nederland-Duitsland) tot aan het dorpje
Burg-Reuland (waar België, Duitsland en Luxemburg aan elkaar grenzen).
Deze strook wordt verdeeld in drie
kantons: Eupen, Malmedy en Sankt Vith, die behoren tot de Waalse regio,
de Duitstalige Gemeenschap en de provincie Luik.
Tot en met de twaalfde eeuw behoorde het
gebied tot het Hertogdom Luxemburg. Na de slag bij Woeringen, echter,
werd het een deel van Brabant. In de vijftiende eeuw ging het, via een
huwelijk, over in handen van de hertogen van Bourgondië, nadien naar de
Spaanse hertogen en, na de Vrede van Utrecht in 1713, naar de
Oostenrijkse Habsburgers.
Van 1794-1815 behoorde het tot het Franse
Département Ourthe. Na het Congres van Wenen, in 1815, ging het over
naar het Koninkrijk Pruisen, en werd Duits ingevoerd als officiële
taal. Na het Verdrag van Versailles werd het gebied in 1920 bij België
gevoegd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het
gebied gedurende 5 jaar door Duitsland geannexeerd. Als gevolg van de
taalwetten van 1963 werd België opgedeeld in drie taalgemeenschappen,
die in 1970 werden omgezet. Zodoende kon de RDK (Rat der
deutschsprachigen Kulturgemeinschaft Belgiens – raad van de Duitstalige
cultuurgemeenschap van België) als rechtstreekse voorloper van de
Duitstalige Gemeenschap, samengesteld uit de kantons Eupen en St. Vith,
worden ingezet.
Vandaag wordt Duits hier op school, in de
administratie en rechtbanken gebruikt. Het kanton Malmedy, daarentegen,
is momenteel overwegend Franstalig en behoort tot de Franse
Gemeenschap.
Oostbelgië: goed wonen, werken én leven
In de drie handelscentra Eupen, Malmedy en
Sankt Vith zijn middelpunten van economische activiteit te vinden,
waardoor Oostbelgië zich onderscheidt door een brede waaier aan
branches. In het noorden van het gebied bevindt zich het
dichtbevolkte Land van Eupen, dat rechtstreeks verbonden is met de
grote verkeersassen. Hier wordt het economische leven vooral gekenmerkt
door industriële en commerciële activiteiten.
Het zuiden van het
gebied (Malmedy en Sankt Vith) wordt ook wel het “dak van België”
genoemd en onderscheidt zich, naast de typische handelsactiviteiten en
ambachtelijke activiteiten, als trekpleister van de toeristische sector
in deze regio. Eén van de toeristische hoogtepunten in Oostbelgië is de
carnavalsperiode met het “Waalse” carnaval in Malmedy, ook “Cwârmé”
genoemd en het veeleer typisch “rijns” carnaval in Eupen-Sankt Vith. In
Malmedy bevindt zich daarenboven de traditionele papierindustrie.
Het kunst- en cultuurleven in Oostbelgië
is gevarieerd en dynamisch: schilderkunst, literatuur, theater en dans
worden samen met muziek beoefend in tal van Oost-Belgische
verenigingen. Er zijn ongeveer 250 sportverenigingen in de
meest uiteenlopende takken. In verschillende sportcentra worden de
jongeren warm gemaakt voor competitiesport. Oostbelgië is daarom
uitgerust met een uitstekende sportinfrastructuur.

Samen met het Hertogenwald, het unieke
natuurlandschap van de Hoge Venen en de Belgische Eifel,
vormt Oostbelgië een landschap dat vooral charmant is omwille van
haar ongereptheid. Oostbelgië, met de stuwmeren van Eupen, Bütgenbach
en Robertville en grotendeels gelegen in het natuurpark Hoge Venen –
Eifel, is een groene parel en behoort het hele jaar door tot de
toeristische trekpleisters van België.
Naast de voortreffelijke gastronomie kan elke gast ook proeven van de hartelijkheid van de Oost-Belgische bevolking.
Oostbelgië nodigt u van harte uit!
|